Grote Kerk Steenwijk

Nieuws

Orgel in restauratie, bezoek aan de orgelbouwer.

Afgelopen vrijdag 14 maart zijn we met een groep organisten, orgelkenners en belangstellenden op bezoek geweest bij de firma Flentrop in Zaandam. Het was een gezellig ‘schoolreisje’,  we werden ’s morgens door directeur Erik Winkel ontvangen met koffie en een versnapering. Ook Cees van der Poel, die als onze orgeladviseur de restauratie begeleidt, was aanwezig voor de nodige tekst en uitleg.
Het oude monumentale pand, waarin een deel van de orgelmakerij en de kantoren gevestigd zijn, bracht de gesprekken gelijk op gang. We werden geïnformeerd over de historie van het bedrijf en de lopende orgelbouwprojecten. Het pand betreft een in het oog springende villa die van binnen nog de sfeer van voorgaande generaties ademt. Achter het pand bevindt zich de werkplaats, die in de loop der jaren steeds verder uitgebreid is. Hier wordt het pijpwerk geproduceerd en gerestaureerd. Het bedrijf beschikt over de kennis en middelen om in eigen beheer pijpen te maken.
Erik Winkel legde uitvoerig uit hoe pijpen gemaakt worden, van het gieten van de lood- en tinlegering op een bed van zand of linnen tot het vormen van het orgelmetaal tot een pijp. Niet alleen voor bestaande instrumenten, ook voor nieuwe orgels wordt in de werkplaats pijpwerk gemaakt. Zo is Flentrop momenteel bezig met de bouw van een nieuw orgel dat in Taiwan geplaatst wordt.

Wat ons Van Oeckelen-orgel betreft, er was rekening gehouden dat het orgel bij oplevering in 1861 een andere toonhoogte gehad zou kunnen hebben. Om die toonhoogte te herstellen zou een groot deel van de pijpen in lengte aangepast moeten worden. Onderzoek wees echter uit dat dit niet het geval is geweest. Het pijpwerk hoeft daarom geen uitgebreide behandeling te krijgen en hoefde dus niet naar de werkplaats van de orgelbouwer.
Het ligt voor het grootste deel nog in de kerk. De afgelopen 20 jaar is met deelrestauraties het pijpwerk al onder handen genomen, waardoor nu enkel kleine herstellingen en aanpassingen volstaan. Deze kunnen bij herplaatsing in de kerk uitgevoerd worden. We kwamen dus geen Steenwijker onderdelen tegen tijdens dit gedeelte van de rondleiding.

In aanloop naar de lunch verplaatste ons gezelschap zich naar de tweede locatie van de firma, even buiten het centrum van Zaandam. In dat gebouw wordt de houtbewerking uitgevoerd. Hier kwamen we wel bekend materiaal tegen: het klavier, het pedaal en de windladen (de kasten waar het pijpwerk op staat) van ons orgel worden hier gerestaureerd en gereconstrueerd.
In het vorige nummer van de Brug heeft Cees van der Poel uit de doeken gedaan welke schade en defecten bouwer en orgeladviseur tegenkomen en hoe ze die herstellen. Waar herstel van de oorspronkelijke toestand niet goed mogelijk is, vinden de deskundigen een goede oplossing, waarbij het klankbeeld van het instrument overeind blijft. Boeiend om te zien hoe ze daar op dit moment mee aan het werk zijn en verhelderend door de toelichting van Cees en Erik.

De klavieren en het pedaal komen later dit jaar aan de beurt, ze lagen nog te wachten daar waar momenteel de windladen gerestaureerd werden. De handklavieren zijn origineel, het beleg van de toetsen wordt nagelopen en waar nodig hersteld. Deze worden bij herplaatsing weer op de oorspronkelijke plek in de orgelkast geplaatst en het pedaal komt wat lager te liggen, hiervoor worden de mechanieken hersteld en aangepast. Het pedaal is bij de vorige restauratie vervangen door een modern exemplaar. Er wordt nu een nieuw pedaal gemaakt in de stijl zoals Van Oeckelen die bij de meeste van zijn orgels of bij die van zijn zonen (bijv. in de Kleine Kerk) maakte. Bij de rondleiding hebben we de afdeling bezocht waar de klavieren onder handen genomen worden. Op dit moment is Flentrop bezig met de productie van een compleet nieuwe speeltafel voor een Engels concertorgel, en met de restauratie van de klavieren van het orgel uit de Grote Kerk van Zwolle.

Uiteraard waren we nieuwsgierig naar de voortgang! Met dit bezoek hebben we goed inzicht gekregen wat er allemaal bij zo’n grote restauratie komt kijken. Het is duidelijk dat dit ambachtelijke handwerk de nodige tijd vergt om het orgel weer in goede conditie te brengen voor de volgende 50 tot 60 jaar. Na het wegstrepen van de meevallers (het pijpwerk, dat minder werk bleek te kosten dan gepland) en de tegenvallers (de windladen die meer werk vergden dan gepland) liggen de werkzaamheden nog steeds op schema. Het is de bedoeling dat we aan het eind van het jaar weer een uitstekend klinkend en bespeelbaar instrument hebben!